ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0670
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- E.A.G.M. Waaijers
- A.P. Zweers-Van Vollenhoven
- A.E. Bos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 2000 in dienst als interieurverzorgster, werd in 2005 arbeidsongeschikt door hand- en polsklachten, waarvoor meerdere operaties plaatsvonden. Na ruim drieënhalf jaar arbeidsongeschiktheid vroeg geïntimeerde toestemming aan het UWV voor ontslag, welke in 2009 werd verleend. Het ontslag werd vervolgens per 1 juli 2009 geëffectueerd.
Appellante stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, onder meer omdat de reorganisatie de werkelijke reden zou zijn en de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren. Tevens wees zij op haar leeftijd, beperkte kansen op de arbeidsmarkt en de gevolgen van het ontslag. Het hof oordeelde dat de reorganisatie niet de reden was voor ontslag en dat de langdurige arbeidsongeschiktheid de grondslag vormde.
Het hof concludeerde dat geïntimeerde voldoende re-integratie-inspanningen had verricht, onder meer via het inschakelen van gespecialiseerde bureaus en dat het UWV deze inspanningen had goedgekeurd. De stelling van appellante dat geïntimeerde tekort was geschoten in haar re-integratieverplichtingen werd onvoldoende onderbouwd.
Gelet op het feit dat de arbeidsongeschiktheid niet door het werk was veroorzaakt, het salaris gedurende de eerste twee ziektejaren volledig werd doorbetaald en de omstandigheden van de zaak, was er geen sprake van kennelijk onredelijk ontslag. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellante in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellante af wegens het ontbreken van kennelijk onredelijk ontslag.