ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3303
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.Th.M. Raab
- M.C. van Dijkhuizen
- M. Breur
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis en veroordeling in proceskosten na overlijden geïntimeerde
In deze civiele procedure stond een geschil tussen [X.] (appellante) en wijlen [Y.] (geïntimeerde) centraal, voortvloeiend uit een eerder vonnis van 17 februari 2011. Na het tussenarrest van 12 juli 2011 werd de procedure voortgezet waarbij partijen akten hebben genomen en uitspraak is gevraagd.
Appellante stelde dat door het overlijden van geïntimeerde haar belang in de procedure beperkt was tot de proceskostenveroordeling en verzocht om vernietiging van de proceskostenveroordeling met compensatie van proceskosten. Het hof oordeelde dat artikel 237 lid 1 Rv Pro en artikel 353 lid 1 Rv Pro van toepassing zijn op de proceskostenveroordeling in eerste aanleg en hoger beroep.
Het hof concludeerde dat er geen reden was tot compensatie van de proceskosten. Dit vanwege de non-coöperatieve houding van appellante, die ondanks bevelen van de voorzieningenrechter niet meewerkte aan de omgangsregeling, terwijl geïntimeerde terminaal ziek was. De verslechterende gezondheidstoestand en het belang van de kinderen bij afscheid namen speelden een rol. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellante in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep.