ECLI:NL:GHSHE:2011:BT8236
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- N. van Beelen
- D.G. Barmentlo
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vrijstelling AWBZ-premie wegens ontbreken beslissing CVZ
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, betwistte de heffing van de premie AWBZ over 2004 omdat zij altijd in Duitsland verzekerd zou zijn geweest en geen beschikking van het CVZ had ontvangen die vrijstelling verleent. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt dit oordeel.
Het Hof oordeelt dat de mondelinge uitspraak van de Rechtbank rechtsgeldig is, ook zonder voorafgaand onderzoek ter zitting, conform artikel 8:67 Awb Pro en jurisprudentie. Daarnaast is de Rechtbank bevoegd om een vermeende schending van het motiveringsbeginsel te herstellen, wat hier ook is gebeurd.
Materieel is vastgesteld dat belanghebbende in de jaren 2003-2005 niet verplicht verzekerd was in Duitsland en dat het ontbreken van een verklaring van het CVZ betekent dat vrijstelling van de AWBZ-premie niet kan worden verleend. Het Europees recht staat niet in de weg aan de Nederlandse verzekeringsplicht. Het Hof wijst ook het beroep op de hardheidsclausule af omdat dit voorbehouden is aan de Minister van Financiën. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de premie AWBZ wordt terecht geheven.