ECLI:NL:GHSHE:2011:BT1827
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- H.A.G. Fikkers
- C.W.T. Vriezen
- Rechtspraak.nl
Bezit en eigendom van strook grond door planten van struiken en extinctieve verjaring
In deze civiele zaak stond centraal of [Y.] door het planten van laurierstruiken op een betwiste strook grond ondubbelzinnig bezit had genomen en daarmee na verloop van tijd eigendom had verkregen door extinctieve verjaring. Het hof oordeelde dat het planten van de struiken, in overleg met de eigenaar van het aangrenzende perceel en vóór de kadastrale inmeting, een concrete bezitshandeling vormde die het bezit van [Y.] vestigde.
De verklaringen van getuigen die het aanplanten van de laurierhaag bevestigden, werden als betrouwbaar beoordeeld. De stelling van [X.] dat het bezit was prijsgegeven, werd verworpen omdat uit de feiten niet bleek dat [Y.] zijn bezit kennelijk had opgegeven of dat het bezit door een ander was verkregen.
Verder stelde het hof vast dat de verjaringstermijn van twintig jaar was voltooid zonder stuiting of verlenging, waardoor [Y.] eind 1998/begin 1999 de eigendom van de strook grond had verkregen. De grieven van [X.] faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarbij [X.] werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat [Y.] door bezit en extinctieve verjaring eigendom heeft verkregen van de strook grond.