ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6037
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.G.M. Cools
- J. Swinkels
- P.C. van der Vegt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid premies kapitaalverzekering met lijfrenteclausule onder internationaal en Europees recht
Belanghebbende sloot uiterlijk op 15 oktober 1990 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule af en bracht de betaalde premies over de jaren 1990 tot en met 2000 als persoonlijke verplichtingen in aftrek. Na de invoering van de Wet IB 2001 werd de overgangsregeling van artikel 75 Wet Pro IB 1964 niet geprolongeerd, waardoor belanghebbende geen recht meer had op aftrek van premies betaald in 2004.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat op grond van internationale en Europese rechtsregels, waaronder het EVRM en het IVBPR, recht op aftrek moest bestaan. Het hof oordeelde dat geen sprake was van strijd met artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM, artikel 14 EVRM Pro, artikel 1 Twaalfde Pro Protocol EVRM, artikel 26 IVBPR Pro, het Europees Sociaal Handvest en Verordening (EEG) nr. 1408/71. De stelling dat aanpassing van de verzekering de waarde van de pensioenvoorziening aantastte, werd onvoldoende onderbouwd.
Ook het beroep op ongelijke behandeling met een naar het hof begrijpelijk geëmigreerde persoon werd verworpen. Het hof bevestigde dat de levensverzekering geen lijfrente is in de zin van de Wet IB 2001 en dat de wettelijke systematiek niet in strijd is met internationale en Europese rechtsregels. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd; geen aftrek van premies in 2004.