ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ7634
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.Th. Begheyn
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- J.W.P.M. van der Velden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep beroepsfout advocaat en klachtplicht volgens artikel 6:89 BW
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende ondernemer, stelde advocaat [Y.] aansprakelijk wegens beroepsfout, omdat deze naliet tijdig een geldige verblijfsvergunning voor hem aan te vragen. Na intrekking van zijn verblijfsvergunning en uitzetting uit Nederland keerde eiser legaal terug. Hij diende een klacht in bij de Orde van Advocaten en de Raad van Discipline, die deels gegrond werd verklaard en een waarschuwing oplegde aan de advocaat.
Eiser vorderde vervolgens schadevergoeding wegens de beroepsfout. De rechtbank wees de vordering af op grond van verjaring. Het hof bevestigde dit oordeel, omdat eiser niet binnen de bekwame tijd na ontdekking van het gebrek bij de advocaat had geklaagd, zoals vereist in artikel 6:89 BW Pro. De klacht werd pas na circa 3,5 jaar ingediend, zonder voldoende verklaring voor deze vertraging.
Het hof overwoog dat de late klacht de bewijspositie van de advocaat schaadde en dat eiser geen recht meer kon ontlenen aan de gebrekkige prestatie. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en eiser veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering van eiser wegens niet tijdig klagen afwijst.