ECLI:NL:GHSHE:2011:BP8669
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Smeenk-van der Weijden
- Venner-Lijten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs geldleningsovereenkomst tussen [Y.] RTB en [X.] na verwijzing Hoge Raad
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de bewijsopdracht omtrent het bestaan van een geldleningsovereenkomst tussen [Y.] RTB en [X.] beoordeeld. [Y.] RTB stelde dat zij in 2000 een lening van € 18.089,30 aan [X.] had verstrekt. Ter onderbouwing werden getuigen gehoord, waaronder de statutair directeur van [Y.] RTB en diens echtgenote.
Het hof oordeelde dat de verklaring van de statutair directeur als partijgetuige slechts bewijs kan opleveren indien aanvullend sterk bewijs aanwezig is. Dit aanvullende bewijs ontbrak, aangezien de getuigenverklaringen onvoldoende specifiek en overtuigend waren. Ook de schriftelijke verklaring van een accountant kon geen sterk bewijs vormen.
De tegengetuigenverklaringen van [X.] en zijn echtgenote werden zwaarder gewogen, waardoor het hof concludeerde dat [Y.] RTB niet heeft bewezen dat de leningsovereenkomst bestond. Het tussenvonnis van de rechtbank Arnhem werd vernietigd, het eindvonnis bekrachtigd, en [Y.] RTB werd veroordeeld in de proceskosten van beide procedures.
Uitkomst: [Y.] RTB is niet geslaagd in het bewijs van de geldlening en haar vordering wordt afgewezen; zij wordt veroordeeld in de proceskosten.