ECLI:NL:GHSHE:2010:BP6032
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- N. van Beelen
- J.W. Verstraate
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hypotheekrenteaftrek na beëindiging samenwoning en fiscale partnerstatus
Belanghebbende en haar ex-partner waren gezamenlijk eigenaar van een woning en hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheekschuld. Na het beëindigen van de samenwoning in september 2003 ontstond discussie over de fiscale aftrek van de hypotheekrente over dat jaar.
De Inspecteur stelde het belastbaar inkomen ambtshalve vast op €15.503, waarbij slechts de helft van de hypotheekrente werd toegerekend aan belanghebbende. Belanghebbende voerde aan recht te hebben op volledige aftrek en stelde diverse vragen over de berekeningsgrondslag en procesrechtelijke aspecten.
Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 3.121 Wet IB 2001 de aftrekbare kosten voor een woning die door niet-fiscale partners gezamenlijk wordt bewoond, worden toegerekend naar de schulden die ieder is aangegaan. Belanghebbende heeft dus slechts recht op de helft van de betaalde hypotheekrente. Tevens werd bevestigd dat het bedrag van €9.585 aan betaalde rente correct is gehanteerd.
Verder verwierp het Hof de stelling dat de Inspecteur een toezegging had gedaan voor volledige aftrek, en dat belanghebbende door het overleggen van stukken niet in haar procespositie was geschaad. Ook werd het verzoek om het niet-aftrekbare deel als alimentatie te beschouwen afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, maar de uitspraak van de Rechtbank werd vernietigd om een procedurele fout te herstellen. De Inspecteur werd gelast het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het Hof handhaaft het belastbaar inkomen op €15.503 en verklaart het hoger beroep ongegrond.