ECLI:NL:GHSHE:2010:BP0736
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over eigenwoningregeling bij erfpacht op onroerende zaak
Belanghebbende had een erfpacht op een onroerende zaak, waarin hij deels woonde en deels een onderneming dreef. Hij bracht in zijn belastingaangifte een deel van de canon in aftrek als kosten eigen woning. De Inspecteur weigerde dit en de Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep.
Het geschil betrof de vraag of het woongedeelte van de erfpacht als eigen woning kon worden aangemerkt volgens artikel 3.111 van de Wet IB 2001. Het Hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij economisch eigenaar was van het woongedeelte en dat waardeveranderingen hem grotendeels aangingen.
De erfpachtakte en aanvullende stukken wezen erop dat het erfpachtrecht moest worden gelijkgesteld met huurrecht, waardoor de eigenwoningregeling niet van toepassing was. Klachten over inconsistenties in de wet en het ontbreken van een overgangsregeling werden verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd dat het woongedeelte van de erfpacht geen eigen woning is in de zin van de Wet IB 2001.