ECLI:NL:GHSHE:2010:BO6499
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Gebruik bedrijfsruimte na faillissement geen boedelschuld volgens Gerechtshof
In deze zaak huurde VIP bedrijfsruimte van [A.], die na het ontstaan van een huurachterstand ontbinding van de huurovereenkomst vorderde. VIP werd failliet verklaard en de curator nam het beheer over. Na faillissement bleef VIP de bedrijfsruimte gebruiken tot eind januari 2004, waarna [A.] een vergoeding eiste voor deze periode als boedelschuld.
Het hof stelde vast dat de huurovereenkomst al vóór het faillissement was ontbonden en dat de curator en [A.] hadden afgesproken dat de curator de roerende zaken zou verkopen voordat de ruimte werd opgeleverd, zonder dat hierover een gebruiksvergoeding was overeengekomen. Het hof verwierp het standpunt dat hierdoor een boedelschuld was ontstaan.
Ook het beroep op ongerechtvaardigde verrijking faalde omdat [A.] onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij financieel nadeel had geleden door het uitblijven van de oplevering. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [A.] in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af en oordeelt dat geen boedelschuld is ontstaan voor de gebruiksvergoeding na faillissement.