ECLI:NL:GHSHE:2010:BM9862
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling legitimaire massa en afwikkeling nalatenschap in hoger beroep
In deze civiele zaak gaat het om de afwikkeling van de nalatenschap van de ouders van drie zussen, waarbij geschil bestaat over de vaststelling van de legitimaire massa en de uitbetaling van legitieme porties.
De moeder overleed in 1997 en liet vruchtgebruik aan haar echtgenoot na, met een renteverplichting van 6% over de erfdelen aan de kinderen. De vader stelde in 2001 een testament op met een beperkte erfdeelbepaling voor één dochter. De vader verkocht zijn woning aan een van de dochters en vestigde een recht van gebruik en bewoning ten behoeve van zichzelf. Diverse banktransacties en schenkingen zijn in geschil als mogelijke giften die de legitimaire massa beïnvloeden.
De rechtbank stelde de legitimaire massa vast en veroordeelde tot betaling van legitieme porties met rente. In hoger beroep werd onder meer de waardering van het recht van gebruik en bewoning aangepast op basis van de Successiewet en werd een materiële schenking vastgesteld. De rente over de erfdelen wordt als samengestelde rente vanaf het overlijden van de moeder berekend. De vorderingen tot volledige aansprakelijkheid van één erfgenaam werden afgewezen, waarbij aansprakelijkheid naar erfdeel blijft gelden.
Het hof vernietigde het tussenvonnis en stelde de legitimaire massa opnieuw vast met een hogere waarde, bekrachtigde het overige vonnis, compenseerde de proceskosten en wees het meer gevorderde af.
Uitkomst: Het hof stelt de legitimaire massa hoger vast, bevestigt de renteverplichting vanaf overlijden moeder en wijst volledige aansprakelijkheid van één erfgenaam af.