ECLI:NL:GHSHE:2010:BM9555
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Van Laarhoven
- Van Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van invordering verbeurde dwangsommen na toezegging wethouder en schijn van vertegenwoordiging
Appellant is eigenaar van twee percelen waarop de gemeente Aalburg in 2005 bestemmingsplan- en bouwvergunningsovertredingen constateerde. De gemeente legde dwangsommen op, die verbeurd raakten doordat appellant geen bezwaar maakte. Na aanspraken op betaling ontstond een overleg op 2 januari 2007 tussen appellant, zijn gemachtigde, een wethouder en ambtenaren, waarin volgens appellant werd afgesproken dat de dwangsommen niet geïnd zouden worden zolang overleg plaatsvond.
De rechtbank verklaarde het verzet tegen dwangbevelen ongegrond, stellende dat de toezegging van de wethouder niet aan het College van B&W kon worden toegerekend. Het hof oordeelt echter dat onder de gegeven omstandigheden de schijn van vertegenwoordiging door de wethouder is ontstaan en dat het risico daarvan voor de gemeente komt. Hierdoor kan appellant de gemeente aan de toezegging houden.
Het hof laat appellant toe bewijs te leveren over de toezegging, waaronder getuigenverhoor, en houdt verdere beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het regelen van het bewijsproces. De formele rechtskracht van de dwangsombesluiten blijft onbetwist, en het hof beperkt zich tot de beoordeling van de invordering van de dwangsommen.
Uitkomst: Het hof laat appellant toe bewijs te leveren over de toezegging van de wethouder en houdt verdere beslissing aan.