ECLI:NL:GHSHE:2010:BK9389
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Toepassing nieuwe EG-Betekeningsverordening op betekening van dagvaarding in hoger beroep
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch geoordeeld over de juiste toepassing van de nieuwe EG-Betekeningsverordening (1393/2007) die sinds 13 november 2008 rechtstreeks van toepassing is. De kern van het geschil betrof de vraag of de betekening van een appeldagvaarding aan het kantooradres van de advocaat van geïntimeerden in eerste aanleg, zonder nadere toezending van een afschrift aan de ontvangende instantie in de lidstaat van geïntimeerden, rechtsgeldig was.
Appellante had de dagvaarding op 9 maart 2009 aan de advocaat betekend conform artikel 63 lid 1 Rv Pro, waarna geïntimeerden verstek lieten verlenen. Geïntimeerden voerden aan dat ook verzending van een afschrift aan de ontvangende instantie volgens de oude Betekeningsverordening vereist was en dat het gebrek niet door een latere betekening kon worden hersteld. Het hof verwierp dit standpunt en stelde dat de nieuwe Betekeningsverordening een directe werking heeft en dat de betekening aan de advocaat volstaat.
Het hof overwoog dat de nieuwe verordening de oude betekeningseisen van artikel 56 Rv Pro heeft vervangen en dat een advocaat of deurwaarder in eerste aanleg als gevolmachtigde vertegenwoordiger wordt beschouwd. Hierdoor is geen aanvullende verzending van exploten aan de ontvangende instantie of per aangetekende post aan de partij zelf meer nodig. Het hof wees de niet-ontvankelijkverklaring af, veroordeelde geïntimeerden in de proceskosten van het incident en verwees de hoofdzaak naar een latere rolzitting.
Uitkomst: De vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van appellante wordt afgewezen en de betekening aan de advocaat in eerste aanleg is rechtsgeldig.