ECLI:NL:GHSHE:2009:BL1908
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- De Groot-van Dijken
- Meulenbroek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wettelijke rente bij subrogatie in verzekeringsrecht
In deze zaak staat de vraag centraal vanaf welk moment en op welke wijze wettelijke rente verschuldigd is door de aansprakelijke partij [X.] aan Interpolis, die als brandverzekeraar van [persoon 1] subrogatie heeft in de vorderingen tegen [X.]. Na een brand in de kwekerij van [persoon 1] door onzorgvuldig handelen van werknemers van [X.] ontstond aanzienlijke schade. Interpolis vergoedde een groot deel van deze schade aan [persoon 1] en trad vervolgens op tegen [X.] voor vergoeding.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat Interpolis niet het recht had op vergoeding van door haar zelf gederfde rente en dat de wettelijke rente samengesteld berekend moest worden vanaf de dagvaarding in 1994. Het hof stelt echter dat op grond van het oude artikel 1286 BW Pro de rente enkelvoudig berekend moet worden vanaf de aanzegging van de rente, die in deze zaak plaatsvond op de dag van dagvaarding, 29 september 1994.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de meer subsidiaire vordering van Interpolis tot een aanvullende betaling van € 8.086,30 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 maart 2005. Tevens veroordeelt het hof Interpolis in de kosten van het geding in hoger beroep. De overige grieven worden verworpen.
Uitkomst: Het hof wijst de aanvullende wettelijke rentevordering van € 8.086,30 toe, vermeerderd met rente vanaf 10 maart 2005.