ECLI:NL:GHSHE:2009:BI5314
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Pellis
- Smeenk-van der Weijden
- Van der Velden
- Rechtspraak.nl
Nietigheid afstandsbeding wijziging gezagsvoorziening en verzoek gezamenlijk ouderlijk gezag
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of een in een akte van erkenning opgenomen bepaling waarbij de vader afstand doet van zijn recht om wijziging van de gezagsvoorziening te vragen, rechtsgeldig is. De moeder betoogt dat de vader niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard in zijn verzoek tot wijziging van het eenhoofdig gezag in gezamenlijk gezag, omdat hij afstand heeft gedaan van dit recht. De vader stelt dat hij geen afstand kon doen van een destijds nog niet bestaand recht en dat het gezag een openbare orde kwestie is, waardoor de wet boven partijafspraken gaat.
Het hof oordeelt dat het afstandsbeding nietig is op grond van artikel 8 EVRM Pro en de jurisprudentie daaromtrent. Daarnaast zijn de bepalingen over gezag in het Burgerlijk Wetboek dwingendrechtelijk en kan niet van worden afgeweken tenzij de wet dit uitdrukkelijk toestaat, wat hier niet het geval is. Het belang van het kind staat voorop en kan niet ter vrije beschikking van partijen worden gesteld.
Het hof verklaart de vader ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging van het eenhoofdig gezag in gezamenlijk gezag. Omdat het hof onvoldoende informatie heeft om te beoordelen of het gezamenlijk gezag in het belang van het kind is, wordt de zaak aangehouden en wordt de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en hierover te rapporteren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot ontvangst van het rapport.
Uitkomst: Het hof verklaart het afstandsbeding nietig en acht de vader ontvankelijk in zijn verzoek tot gezamenlijk gezag, met aanhouding voor nader onderzoek.