ECLI:NL:GHSHE:2009:BH6929
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- J.W.J. Huige
- J.G. Verseput
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake naheffingsaanslag en boete wegens niet aannemelijk gemaakte intracommunautaire verwerving drankenexport
Belanghebbende, een onderneming in de in- en verkoop van frisdrank, voerde in hoger beroep aan dat de naheffingsaanslag, boete en heffingsrente onterecht waren opgelegd omdat de leveringen aan het Verenigd Koninkrijk intracommunautaire leveringen waren met toepassing van het tarief van nihil. Het Hof onderzocht per afnemer of belanghebbende aan de bewijslast had voldaan om aan te tonen dat de afnemers ondernemers waren die belastingplichtig waren voor intracommunautaire verwerving.
Uit het onderzoek bleek dat bestellingen en betalingen vaak door tussenpersonen K en L werden verricht, terwijl de daadwerkelijke afnemers niet overtuigend waren geïdentificeerd of niet als ondernemer geregistreerd stonden. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van K en L en van de status van de afnemers. Diverse locaties waar goederen werden afgeleverd waren opslagruimtes of adressen van derden, niet van de vermeende afnemers.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet had voldaan aan de bewijslast voor toepassing van het tarief van nihil en dat het tarief ten onrechte was toegepast. De boete wegens grove schuld werd passend geacht, maar wegens overschrijding van de redelijke termijn verlaagd tot 18,75%. De naheffingsaanslag en heffingsrente werden gehandhaafd zoals verminderd bij ambtshalve vermindering. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, dat van de Inspecteur gegrond.
Het Hof veroordeelde de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak vernietigde de uitspraak van de Rechtbank, met uitzondering van het griffierecht en proceskostenbesluit.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en heffingsrente worden gehandhaafd, de boete verminderd tot 18,75%, het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.