ECLI:NL:GHSHE:2009:BH5976
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Schaafsma-Beversluis
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopig getuigenverhoor in aansprakelijkheidsgeschil aandeelhouder tegen bestuurders
In deze civiele zaak heeft appellant [X.] hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Het verzoek betrof het horen van getuigen over feiten die relevant zijn voor de beoordeling van mogelijke aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen van [X-B.V.] jegens [X.] als indirect aandeelhouder.
De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat zij oordeelde dat de materiële rechtspositie van [X.] te zwak was om het getuigenverhoor te rechtvaardigen. Het hof oordeelt echter dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat sprake is van opzettelijke of bewust roekeloze schendingen van statutaire verplichtingen, zodat het verzoek toewijsbaar is.
Het hof gaat voorbij aan de uitgebreide juridische betogen van verweerders over de beoordeling van het handelen van bestuurders, omdat het niet aan het hof is om in deze voorlopige fase de onderlinge rechtsverhouding te beoordelen. Ook andere mogelijkheden voor feitenonderzoek staan aan toewijzing niet in de weg.
Het verzoek wordt beperkt tot vijf nader op te geven getuigen, met de mogelijkheid voor de rechter-commissaris om meer getuigen te horen. De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Breda voor verdere afdoening. Verweerders worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe en verwijst de zaak naar de rechtbank voor verdere afdoening.