ECLI:NL:GHSHE:2008:BF0348
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnissen inzake dwangsommen bij voortzetting autohandel in bedrijfsruimte ondanks verbod
In deze civiele procedure staat centraal of appellant terecht is veroordeeld tot betaling van dwangsommen wegens het voortzetten van een autohandel vanuit een gehuurde bedrijfsruimte, ondanks een door de voorzieningenrechter opgelegd verbod. De voorzieningenrechter had bij vonnis van 27 juli 2004 appellant veroordeeld tot staking van de autohandel en het verwijderen van auto's van het gehuurde pand en omliggende terreinen, met een dwangsom van EUR 2.000,- per dag bij overtreding.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het verbod had nageleefd en dat de dwangsommen onverschuldigd waren betaald. Het hof overwoog dat appellant onvoldoende had betwist dat na de betekening van het vonnis meerdere auto's op het terrein en omliggende terreinen stonden en dat hij activiteiten vanuit het pand bleef ontplooien, onder meer door klanten te ontvangen en te adverteren met het adres van het pand. Ook het argument dat sommige auto's niet tot zijn handelsvoorraad behoorden, werd verworpen.
Het hof stelde vast dat het verbod restrictief moet worden uitgelegd, maar dat de feiten wezen op voortzetting van de autohandel in strijd met het vonnis. Verder oordeelde het hof dat het niet bevoegd was om de dwangsommen te matigen, omdat alleen de rechter die de dwangsommen heeft opgelegd daartoe bevoegd is. Omdat appellant geen feiten of omstandigheden had gesteld die matiging rechtvaardigen, faalden de grieven. Het hof bekrachtigde de bestreden vonnissen en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst het verzoek tot matiging van de dwangsommen af.