ECLI:NL:GHSHE:2008:BD3365
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- G.J. van Muijen
- V. van Daalen-Mannaerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bpm-heffing binnen de grenzen van artikel 90 EG op een gebruikte BMW 318i uit 1999
Belanghebbende had bpm betaald over een gebruikte BMW 318i uit 1999 en maakte bezwaar tegen de hoogte van deze heffing. Na eerdere procedures bij de rechtbank en het gerechtshof Arnhem, vernietigde de Hoge Raad het eerdere arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het geschil betrof de vraag of de bpm-heffing buiten de in artikel 90 EG Pro neergelegde nationale heffingsbevoegdheid trad. Het Hof onderzocht of de door de Inspecteur gehanteerde waardebepaling en afschrijvingspercentages in lijn waren met de Europese regelgeving en het arrest van de Hoge Raad van 6 december 2002.
De Inspecteur had een taxatie van een deskundige overgelegd die uitging van normale waardevermindering, merk, model en opties. Belanghebbende betwistte slechts kleine waardeverminderingen, zoals een kleine deuk en de staat van de bekleding, maar kon dit niet aantonen.
Het Hof concludeerde dat de Inspecteur met de taxatie voldoende bewijs had geleverd dat de bpm-heffing niet hoger was dan toegestaan volgens artikel 90 EG Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen teruggaaf van bpm toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bpm-heffing blijft gehandhaafd.