ECLI:NL:GHSHE:2008:BC9483
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.P.F. Rijken
- J.A. van Zon
- W.J.B. Zeyl
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting na schending huisrecht bij drugshandelzaak
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen een veroordeling wegens handel en bezit van verdovende middelen in Eindhoven. De tenlastelegging betrof het opzettelijk verkopen en aanwezig hebben van XTC-pillen en cocaïne in de periode november 2005 tot april 2006.
De verdediging voerde aan dat de opsporingsinformatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) onvoldoende betrouwbaar was en niet geverifieerd, waardoor de inzet van dwangmiddelen zoals binnentreden met geweld, doorzoeking en aanhouding onrechtmatig was. Tevens werd gesteld dat de machtiging tot binnentreden en doorzoeking niet aan de wettelijke eisen voldeed en dat de toestemming van een medebewoner pas na het binnentreden was gegeven.
Het hof oordeelde dat de CIE-informatie weliswaar concreet en gedetailleerd was, maar dat de betrouwbaarheid niet kon worden vastgesteld en geen nader onderzoek had plaatsgevonden. Hierdoor was sprake van een vormverzuim dat niet hersteld kon worden. De inzet van dwangmiddelen was daardoor onrechtmatig en de direct en indirect verkregen bewijzen werden uitgesloten. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Het hof benadrukte het fundamentele belang van het huisrecht en dat de ernst van het verzuim en het nadeel voor verdachte een bewijsuitsluiting rechtvaardigden. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatige inzet van dwangmiddelen.