ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2778
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering erfgenaam tegen mede-erfgenaam tot betaling aan nalatenschap
In deze civiele zaak vorderden appellanten, erfgenamen van hun moeder, betaling van een bedrag dat geïntimeerden onrechtmatig aan de nalatenschap hadden onttrokken. De rechtbank verklaarde appellanten niet-ontvankelijk omdat zij niet namens én tegen mede-erfgenamen kunnen procederen.
Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze beslissing en stelden dat de vordering wel toekomt aan iedere deelgenoot. Het hof verwees naar de procesrechtelijke regel dat een partij niet tegelijk namens en tegen een wederpartij kan optreden, wat hier het geval was omdat geïntimeerden ook als mede-erfgenamen betrokken waren.
De vordering betrof betaling aan de nalatenschap, waarbij geïntimeerden als gevolmachtigden hadden gehandeld. Het hof oordeelde dat de grief faalde omdat de wet en jurisprudentie deze proceswijze niet toestaan tussen mede-erfgenamen. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellanten in de kosten.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot betaling aan de nalatenschap.