ECLI:NL:GHSHE:2007:BC3159
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek teruggaaf omzetbelasting wegens te late indiening
Belanghebbende heeft bij brief van 22 februari 2000 verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over het jaar 1991. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat het niet tijdig was ingediend, aangezien een verzoek om teruggaaf volgens artikel 33 lid 1 van Pro de Wet OB bij de aangifte over het betreffende tijdvak moet worden gedaan.
Het Hof stelde vast dat geen schriftelijk verzoek om teruggaaf bij de aangifte over november 1991 of januari 1992 was gedaan. Ook latere data waarop het verzoek mogelijk geacht zou kunnen worden ingediend, zoals medio 1993 of 6 januari 1997, veranderden hier niets aan. Belanghebbende had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het verzoek tijdig was ingediend.
Verder bleek uit getuigenverklaringen dat de vordering waarop de teruggaaf betrekking had, redelijkerwijs oninbaar was vanaf het moment van surseance en faillissement van de schuldenaar. De Inspecteur had voldoende reden om het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard vanwege een onjuist dictum in de beschikking, wijzigde het Hof de beschikking door het verzoek alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed, maar proceskosten werden niet toegewezen.
Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het verzoek om teruggaaf van omzetbelasting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.