ECLI:NL:GHSHE:2007:BB8764
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H.D. Bergkotte
- J.P.F. Rijken
- A.M.G. Smit
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs moord en lijkverbergen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het primair ten laste gelegde feit van moord op [slachtoffer] in maart 1991 en subsidiair voor het verbergen, begraven of weghalen van het lijk van [slachtoffer] onder een pand te Lage Zwaluwe. Het hof oordeelde dat onvoldoende wettig bewijs was geleverd om verdachte te veroordelen voor moord of de overige tenlastegelegde feiten.
Het hof behandelde tevens de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie met betrekking tot het delict lijkverbergen. Gelet op de kwalificatie van dit delict als een voortdurend delict, dat pas verjaar na het opheffen van de verborgen toestand, werd geoordeeld dat de verjaring pas begon te lopen bij de ontdekking van het lijk in juli 2006. Hierdoor kon het openbaar ministerie vervolging instellen voor het delict lijkverbergen gepleegd door middel van 'verbergen'.
De rechtbank werd vernietigd en het hof sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard voor het delict lijkverbergen gepleegd door middel van begraven of weghalen vóór augustus 2000. Voor het delict gepleegd na die datum werd vervolging toegestaan.
De zaak betrof een complexe bewijsvoering rond een moordzaak uit 1991 met een lijk dat pas in 2006 werd gevonden. Het hof volgde het standpunt van de advocaat-generaal dat 'verbergen' ook 'verborgen houden' omvat, waardoor het delict als voortdurend kan worden beschouwd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van moord en lijkverbergen wegens onvoldoende bewijs.