ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1890
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Geschil over schenking en beheer nalatenschap moeder tussen zoon en pleegzoon
In deze civiele zaak staat de afwikkeling van de nalatenschap van mevrouw Z., overleden in 2001, centraal. Haar zoon X en pleegzoon Y zijn de erfgenamen, waarbij X drie vierde en Y een vierde deel van de nalatenschap erft. X beheerde het vermogen van mevrouw Z. en claimde een schenking van 50.000 gulden van haar, welke hij als zodanig had aangegeven bij de Belastingdienst. Y vorderde onder meer verdeling van de nalatenschap en verantwoording van het beheer.
De rechtbank had de vorderingen van Y toegewezen, maar X ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat uit de aangifte voor het recht van schenking niet volgt dat de schenking daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, omdat de wil tot vrijgevigheid van mevrouw Z. niet is komen vast te staan. X droeg de bewijslast, maar slaagde hier niet in. De door hem overgelegde stukken en getuigenverklaringen waren onvoldoende.
Verder stelde het hof dat X als gevolmachtigde gehouden was tot verantwoording over het beheer van het vermogen van mevrouw Z. vanaf juni 1994 tot haar overlijden. Hoewel X niet hoefde tot in detail verantwoording af te leggen over de bestedingen van de AOW-uitkering voor levensonderhoud, moest hij wel verantwoording afleggen over het restant van de verkoopopbrengst van het huis. De vorderingen van Y tot het overleggen van verdere bankafschriften werden afgewezen wegens onvoldoende belang en medewerking van de bank.
Het hof stelde X in de gelegenheid om alsnog een akte te nemen met betrekking tot de verantwoording van het beheer en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: De schenking van 50.000 gulden is niet komen vast te staan; zoon moet verantwoording afleggen over het beheer van het vermogen van moeder en wordt in de gelegenheid gesteld een akte te nemen.