ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1006
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Uitleg provisieregeling en toepassing franchise in arbeidscontract tussen verzekeringsadviseur en werkgever
In deze civiele zaak stond de uitleg van een provisieregeling binnen een arbeidscontract centraal. Appellant, een verzekeringsadviseur, voerde hoger beroep tegen een vonnis waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan geïntimeerde, zijn voormalige werkgever. Een deskundige werd benoemd om de omzet en provisie over 2002 te berekenen, waarbij rekening werd gehouden met omzetverschillen en het zogenaamde onnatuurlijk verval.
De deskundige berekende de provisie op €35.877,- zonder rekening te houden met verval en €12.943,- met verval. Vervolgens paste hij een franchise toe gelijk aan het bruto jaarsalaris van appellant (€35.909,-). Appellant betwistte dat het ontvangen salaris als franchise in aanmerking moest worden genomen, wat een uitlegvraag van de provisieregeling opriep.
Het hof paste het Haviltex-criterium toe en concludeerde dat de provisieregeling zo moest worden uitgelegd dat het jaarsalaris als franchise geldt. Dit werd ondersteund door gedragingen van partijen, waaronder het feit dat appellant het basissalaris als voorschot op provisie zag. De berekening van de deskundige werd overgenomen, en appellant werd veroordeeld tot betaling van €18.692,49 plus kosten en wettelijke rente. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover een hoger bedrag was toegewezen en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €18.692,49 plus kosten en wettelijke rente, met gedeeltelijke vernietiging van het eerdere vonnis.