ECLI:NL:GHSHE:2007:BA9546
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Everaars-Katerberg
- Smeenk-van der Weijden
- Pellis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling na schorsing omgangsrecht moeder met kinderen
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een moeder en haar drie minderjarige kinderen centraal na een turbulente periode en een eerdere beschikking van de rechtbank die het omgangsrecht van de moeder onbepaalde tijd schorste. Het hof stelt vast dat een onbepaalde schorsing niet is toegestaan en dat slechts een tijdelijke schorsing mogelijk is. De moeder was ernstig depressief geweest en de kinderen woonden sinds januari 2006 bij de vader, die het hoofdverblijf heeft.
De oudste dochter weigert elk contact met de moeder, en ook de jongere kinderen volgen deze weigering, ondanks een begeleid contact dat goed verliep. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukt de noodzaak van individuele hulpverlening voor beide ouders om hun persoonlijke conflicten niet te laten doorwerken op de kinderen en om het vertrouwen te herstellen.
Het hof oordeelt dat het niet in het belang van de kinderen is hen nu te forceren tot omgang met de moeder. Daarom wordt het omgangsrecht geschorst tot 1 oktober 2007. Daarna dient er een geleidelijke omgangsregeling te komen, waarbij de moeder eenmaal per maand een dagdeel in het weekend omgang heeft met alle drie de kinderen. De aanwezigheid van de partner van de moeder bij de omgangscontacten wordt voorlopig uitgesloten. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof schorst het omgangsrecht van de moeder tot 1 oktober 2007 en stelt daarna een geleidelijke omgangsregeling vast.