ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6950
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-Van Dijken
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekering na dodelijke mishandeling
In deze zaak staat centraal of Fortis zich met succes kan beroepen op de opzetclausule in de WA-verzekering van [appellant], die de dekking uitsluit bij opzettelijk en wederrechtelijk handelen. [Appellant] was veroordeeld voor zware mishandeling van [persoon 2], met de dood tot gevolg, en vordert in vrijwaring dat Fortis de schadevergoeding betaalt.
Het hof onderzoekt of het handelen van [appellant] onder de opzetclausule valt. Uitgangspunt is dat voor een succesvol beroep op deze clausule vereist is dat de verzekerde zich bewust was van het wederrechtelijke karakter van zijn handelen. Uit de door [appellant] gestelde toedracht blijkt dat hij met de wandelstok om zich heen zwaaide om zich te verdedigen, niet met het doel om te raken. Dit betekent dat hij zich niet bewust was van wederrechtelijk handelen tijdens de confrontatie.
Het hof acht de latere verklaringen van [appellant], waarin hij toegaf te hebben geslagen met de wandelstok, ongeloofwaardig gelet op eerdere mededelingen. Het hof concludeert dat het opzet van [appellant] gericht was op het slaan en dus op wederrechtelijk handelen, waardoor de opzetclausule van toepassing is. De grieven van [appellant] falen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd onder verbetering van gronden. De kosten worden verdeeld tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat Fortis zich terecht op de opzetclausule beroept, waardoor de aansprakelijkheid van [appellant] niet onder de verzekering valt.