ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4876
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Pellis
- Everaars-Katerberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissement
Appellante was aanvankelijk toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, die door de rechtbank tussentijds werd beëindigd, waarna zij van rechtswege in staat van faillissement kwam. Zij verzocht de rechtbank om het faillissement op te heffen en de schuldsaneringsregeling opnieuw toe te passen, maar werd niet-ontvankelijk verklaard.
In hoger beroep betwistte appellante deze niet-ontvankelijkheid en voerde zij aan dat bijzondere omstandigheden, zoals haar psychische problematiek en begeleiding, een hernieuwde toelating rechtvaardigen. Het hof oordeelde echter dat artikel 15b lid 3 sub b juncto lid 1 Fw niet leidt tot niet-ontvankelijkheid, maar tot een inhoudelijke toetsing aan artikel 288 Fw Pro.
Na beoordeling van de feiten, waaronder het ontstaan van nieuwe schulden tijdens het faillissement en het ontbreken van voldoende vertrouwen van de curator in nakoming van verplichtingen, concludeerde het hof dat er gegronde vrees bestaat dat appellante haar verplichtingen niet zal nakomen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde appellante ontvankelijk, maar wees het verzoek tot hernieuwde toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof verklaart appellante ontvankelijk maar wijst haar verzoek tot hernieuwde toepassing van de schuldsaneringsregeling af wegens gegronde vrees voor niet-nakoming.