ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ6431
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-van Dijk
- Meulenbroek
- Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op rechtsverwerking bij onverschuldigde betaling na ongeval
Appellant is slachtoffer geworden van een ongeval in 1991 en heeft in 2002 een factuur van geïntimeerde betaald voor schadevaststelling. Later betwist hij de juistheid van deze factuur en vordert terugbetaling wegens onverschuldigde betaling.
Geïntimeerde voert rechtsverwerking aan, stellende dat appellant na betaling gedurende twee jaar geen bezwaar maakte en daardoor gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat hij zijn aanspraken niet meer zou geldend maken. Het hof bevestigt dat tijdsverloop alleen niet voldoende is voor rechtsverwerking; bijzondere omstandigheden zijn vereist.
Appellant stelt dat hij betaalde onder druk en met de intentie later terug te komen op de betaling. Het hof staat toe dat appellant bewijst dat zijn toezegging niet als definitieve instemming met de factuur mag worden opgevat. De zaak wordt verwezen voor getuigenverhoor om dit te onderzoeken.
Het hoger beroep tegen het vonnis in reconventie is niet ontvankelijk, omdat dit geen eindvonnis betreft. Het hof handhaaft het vonnis in conventie en houdt verdere beslissing aan totdat het bewijs is geleverd.
De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoor onder leiding van een raadsheer-commissaris, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Hoger beroep tegen vonnis in reconventie niet ontvankelijk; bewijs toegestaan omtrent intentie betaling; verdere beslissing aangehouden.