Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de producties, overgelegd bij het beroepschrift en het verweerschrift tevens houdende incidenteel appel;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de man van 22 september 2005;
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep van 4 oktober 2005;
- de brief van de advocaat van de vrouw van 30 juni 2006;
- de brief van de advocaat van de man van 18 juli 2006;
- de brief van de advocaat van de vrouw van 23 juli 2006;
- de brief van de procureur van de man 19 februari 2007;
- de brief van de advocaat van de vrouw van 28 februari 2007.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- de man met ingang van de datum van het verlijden van de akte van verdeling tussen partijen (in beginsel: 20 juli 2006) voor het levensonderhoud van de vrouw een bedrag van € 1.000,-- per maand zal dienen te betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- de man met ingang van de datum van het verlijden van de akte van verdeling tussen partijen (in beginsel: 20 juli 2006) als bijdrage voor de verzorging en opvoeding van [de zoon] een bedrag van € 300,-- per maand aan de vrouw zal dienen te betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- met bepaling dat de eerder door de rechtbank Breda vastgestelde bijdrage voor de vrouw en [de zoon] verschuldigd blijven tot voormelde ingangsdatum;