ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2530
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor extra reisuren behoort tot het loon in de zin van de Wet vermindering afdracht loonbelasting
Belanghebbende, een onderneming actief in installatiewerkzaamheden, betwistte dat de vergoeding voor extra reisuren tot het toetsloon voor de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA) behoort. De vergoeding wordt uitgekeerd indien de reistijd per dag meer dan één uur bedraagt. Het hof stelde vast dat de 40-urige werkweek op de projectlocatie dient te worden gerealiseerd en dat er geen feitelijke arbeid wordt verricht tijdens de extra reistijd.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de vergoeding voor extra reisuren als overwerkloon kan worden aangemerkt, waardoor deze niet tot het loon in de zin van de WVA zou behoren. Het hof oordeelde dat overwerk alleen sprake is indien arbeid buiten reguliere werktijden wordt verricht, exclusief woon-werkverkeer. Omdat tijdens de extra reistijd geen arbeid werd verricht, kwalificeert de vergoeding niet als overwerkloon.
Daarnaast stelde het hof vast dat de vergoeding maandelijks wordt uitbetaald en daarmee niet voldoet aan de uitzondering voor incidentele beloningen die slechts eenmaal per jaar worden toegekend. De grief van belanghebbende werd daarom verworpen en het beroep ongegrond verklaard. Het hof onderschreef de visie van de Staatssecretaris zoals neergelegd in het Besluit van 14 december 2005, waarin wordt gesteld dat reistijdvergoeding in beginsel tot het loon behoort tenzij tijdens de reistijd arbeid wordt verricht.
De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch op 14 september 2006 en is bindend, met mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: De vergoeding voor extra reisuren behoort tot het loon in de zin van de WVA en het beroep wordt ongegrond verklaard.