ECLI:NL:GHSHE:2006:BA1816
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijtelling privégebruik auto bij woon-werkverkeer volgens artikel 3.145 lid 9 Wet inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende was in 2002 in dienst bij C BV en beschikte zonder vergoeding over een personenauto van de zaak met een catalogusprijs van € 25.793. Hij reed met deze auto meer dan 500 maar minder dan 3000 kilometers voor woon-werkverkeer, waarbij de enkele reisafstand 7 kilometer bedroeg. In zijn aangifte inkomstenbelasting 2002 nam hij geen bijtelling privégebruik auto op.
De inspecteur verhoogde het belastbare inkomen met € 2.579 op grond van artikel 3.145 lid 9 Wet inkomstenbelasting 2001, dat woon-werkverkeer binnen bepaalde afstandscategorieën als privégebruik aanmerkt. Belanghebbende stelde dat deze regeling discrimineert in strijd met artikel 26 IVBPR Pro en vorderde vermindering van de aanslag.
Het hof overwoog dat niet iedere ongelijke behandeling verboden is, maar alleen die zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging. De regeling die woon-werkverkeer met een auto van de zaak anders behandelt dan met een eigen auto leidt tot ongelijkheid, maar de wetgever heeft een redelijke termijn om dit te herstellen. De regeling was per 1 januari 2004 vervallen. Voor 2002 en 2003 moest de regeling worden toegepast.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2006.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de bijtelling privégebruik auto wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.