ECLI:NL:GHSHE:2006:BA1507
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- J. Verseput
- Rechtspraak.nl
Toepassing landbouwvrijstelling bij verkoop onroerende zaak en gebruik door koper
Belanghebbende voerde een landbouwbedrijf met mestvarkens en melkvee en verkocht in 1999 een onroerende zaak aan een koper die deze voor zijn dochter bestemde om een manege en fokstal te exploiteren. De vraag was of de landbouwvrijstelling van artikel 8, lid 1, sub b, Wet IB van toepassing was op de winst uit de verkoop van de ondergrond van de bedrijfsgebouwen.
Het hof stelde vast dat de koper de gronden eenjarig verpacht en niet gebruikt voor een landbouwbedrijf, en dat de dochter niet als ondernemer geregistreerd stond. Ondanks een bouwvergunning en een positief advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen, concludeerde het hof dat de activiteiten van de koper en diens dochter niet kwalificeren als landbouwbedrijf in de zin van de wet.
De bewijslast lag bij de Inspecteur, die aannemelijk maakte dat geen landbouwbedrijf werd uitgeoefend. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, en handhaafde de aanslag op een belastbaar inkomen van € 408.501. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De landbouwvrijstelling is niet van toepassing; de aanslag wordt vastgesteld op een belastbaar inkomen van € 408.501.