ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0488
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugneming vrijstelling overdrachtsbelasting na splitsing binnen drie jaar
Belanghebbende voerde een interne reorganisatie uit waarbij op 29 december 2003 een onroerende zaak werd ingebracht tegen boekwaarde en ten titel van kapitaal. Deze verkrijging was vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, lid 1, letter h, WBR. Volgens artikel 5b lid 3 UB vervalt deze vrijstelling als de concernrelatie binnen drie jaar wordt verbroken.
Op dezelfde dag van de inbreng vond een juridische splitsing plaats waarbij de inbrengende vennootschap werd opgesplitst in twee persoonlijke houdstermaatschappijen. Dit leidde tot het verbreken van de concernrelatie. De Inspecteur en Rechtbank namen de vrijstelling terug, hetgeen belanghebbende betwistte met het argument dat de uiteindelijke gerechtigdheid ongewijzigd bleef.
Het hof oordeelde dat de duidelijke tekst van het UB prevaleert boven doel en strekking, en dat de wetgever dit soort anti-misbruikbepalingen bewust gedetailleerd heeft vormgegeven. Er is geen ruimte voor rechterlijke aanvulling of doorschuifregeling zoals bij fusies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vrijstelling overdrachtsbelasting vervalt door de splitsing binnen drie jaar en verklaart het hoger beroep ongegrond.