ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0346
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vernietiging boedelverdeling en schadevergoeding wegens verjaring en onrechtmatigheid
In deze zaak vorderde [X.] de vernietiging van de boedelverdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de beperkte gemeenschap, stellende dat zij was bedrogen over de waarde van de besloten vennootschap [Z. B.V.]. Het hof oordeelde dat de primaire vordering tot vernietiging was verjaard op grond van artikel 3:200 BW Pro, waardoor de rechtbank terecht niet-ontvankelijk had verklaard.
Daarnaast vorderde [X.] subsidiair schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, gebaseerd op dezelfde feiten als de primaire vordering. Het hof overwoog dat deze vordering eveneens niet toewijsbaar was, mede gelet op een arrest van de Hoge Raad waarin werd bepaald dat een dergelijke vordering ook onder de verjaring valt.
Het deskundigenonderzoek naar de waarde van de aandelen van [Z. B.V.] leidde tot een schatting van ruim 1,25 miljoen gulden. Hoewel er een vermoeden bestond van opzettelijke misleiding door [A.], kon dit vermoeden niet worden bewezen. Verder werd vastgesteld dat er geen vermogensbestanddelen buiten de verdeling waren gehouden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, wees de subsidiaire vordering af, compenseerde de proceskosten en legde de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van [X.].
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van [X.] af wegens verjaring en gebrek aan bewijs.