ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ5016
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- van Etten
- Den Hartog Jager
- Adriaansens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake rechtsgeldigheid en redelijkheid huuropzegging na faillissement
In deze zaak stond centraal of de huurovereenkomst tussen SWZ en [geïntimeerden] rechtsgeldig was opgezegd op grond van artikel 39 van Pro de Faillissementswet en of deze opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. [Geïntimeerden] huurde sinds 1994 een woning van SWZ. Op 12 of 14 december 2000 werd [geïntimeerde sub 1] failliet verklaard, zijn echtgenote niet.
SWZ zegde de huurovereenkomst op 29 augustus 2003 op met een beroep op artikel 39 Fw Pro, met een opzegtermijn tegen ultimo september 2003. De opzegging werd zowel aan de curator als aan [geïntimeerden] gedaan. Er was geen huurachterstand op de datum van opzegging en SWZ ondernam geen directe ontruimingsactie. [Geïntimeerden] betaalde huur, zij het onregelmatig.
De kantonrechter wees de vordering tot ontruiming af, kende wel betaling van huurpenningen toe, en wees de reconventionele vordering van de curator af. SWZ ging in hoger beroep en voerde drie grieven aan, waaronder de stelling dat de huurovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd en dat ontbinding wegens wanprestatie mogelijk was.
Het hof oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was gedaan, maar dat SWZ niet in redelijkheid tot opzegging had kunnen komen gezien het tijdsverloop sinds het faillissement, het ontbreken van huurschuld op het moment van opzegging, het goede betalingsgedrag, en de sociale taak van SWZ. De opzegging was daarom onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De vordering tot ontruiming werd afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, met veroordeling van SWZ in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot ontruiming af vanwege onaanvaardbaarheid van de huuropzegging.