ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ2625
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing BPM over trekhaak aangebracht voor registratie personenauto
Belanghebbende kocht in Duitsland een personenauto die hij vervolgens in Nederland registreerde en waarvoor hij BPM aangifte deed. De auto was voorzien van een trekhaak die deels op de auto was gemonteerd en deels los in de achterbak lag. Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de BPM-heffing over de trekhaak en stelde dat deze niet in de maatstaf van heffing mocht worden betrokken.
Het hof stelde vast dat de trekhaak feitelijk op de auto was aangebracht en dat de wettelijke bepalingen van de Wet BPM voor iedereen gelijk gelden. Het beroep op het EG-Verdrag, met name artikel 90 en Pro artikel 49, om de heffing te vermijden, werd verworpen omdat geen sprake was van een belemmering van de vrijheid van dienstenverkeer of discriminatie.
Het hof overwoog dat het systeem van de Wet BPM rechtvaardiging biedt voor de heffing over accessoires die vóór registratie zijn aangebracht en dat het evenredigheidsbeginsel is gerespecteerd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en het door hem betaalde griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de heffing van BPM over de trekhaak wordt ongegrond verklaard.