ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ2457
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Zwitser-Schouten
- Begheyn
- Venner-Lijten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en misbruik van omstandigheden bij schuldsanering en verkoop van villa
In deze civiele zaak stond centraal of appellant geslaagd was in de bewijslevering dat op 18 maart 1998 alle schulden van geïntimeerde waren gesaneerd en of appellant meerdere potentiële kopers had aangebracht voor de villa. Appellant voerde aan dat schulden waren gesaneerd en dat er een bod van 1,4 miljoen gulden was gedaan door potentiële kopers, maar het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aanvullend bewijs leverde om zijn verklaringen geloofwaardig te maken.
Het hof stelde vast dat de faxbrief van 20 maart 1998, opgesteld door een getuige namens appellant, een overzicht gaf van nog openstaande schulden en dat er geen sprake was van volledige schuldsanering op 18 of 20 maart 1998. Ook bleek uit bankafschriften dat schulden bij ABN AMRO nog bestonden. Ten aanzien van het tweede bewijsonderdeel, het bod op de villa, liepen de verklaringen van getuigen uiteen over de voorwaarden en was het bod volgens geïntimeerde niet acceptabel.
Verder oordeelde het hof dat appellant misbruik heeft gemaakt van de financiële dwangpositie van geïntimeerde door een bedrag van €100.000,- te vorderen waar hij geen recht op had. Het hof kende geïntimeerde een redelijke vergoeding toe van €2.268,90 voor de werkzaamheden van appellant en verrekende een erkend schuldbedrag van €3.600,-. Uiteindelijk veroordeelde het hof appellant tot betaling van €44.742,73 aan geïntimeerde, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten.
Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 7 november 2006, waarbij het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en opnieuw recht werd gedaan.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €44.742,73 aan geïntimeerde wegens onvoldoende bewijs van volledige schuldsanering en misbruik van omstandigheden.