ECLI:NL:GHSHE:2006:AY8201
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en uitleg non-concurrentiebeding in koopovereenkomst na beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat de uitleg en toepassing van een non-concurrentiebeding centraal, opgenomen in een koopovereenkomst tussen [appellante] en [geïntimeerde]. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst is geïntimeerde in dienst getreden bij een concurrent, hetgeen [appellante] ziet als schending van het beding en aanleiding tot het opleggen van een boete.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van [appellante] af en hief het conservatoir beslag op. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de uitleg van het beding niet louter op de letterlijke tekst mag berusten, maar moet worden bepaald aan de hand van de redelijke verwachtingen van partijen en hun gedragingen.
Het hof stelt vast dat het beding bedoeld is om ondernemingsactiviteiten als zelfstandige te beperken, niet het werken in loondienst bij een concurrent. De werkzaamheden van geïntimeerde als bezorger en installateur worden niet als concurrerend ondernemerschap gezien. Ook het bewijs van [appellante] wordt onvoldoende geacht om het beding te doen overtreden.
Daarom wordt het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd, worden de vorderingen afgewezen en moet [appellante] de kosten van het hoger beroep dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van appellante af wegens geen overtreding van het non-concurrentiebeding.