ECLI:NL:GHSHE:2006:AY4822
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Geschil over geldigheid cessie en vordering inzake loodgieterswerkzaamheden
In deze zaak staat centraal de geldigheid van de cessie van vorderingen voortvloeiend uit loodgieterswerkzaamheden aan panden in Amsterdam, verricht door een eenmanszaak die later is ingebracht in een besloten vennootschap (BV). Appellant had facturen onbetaald gelaten en betwist de rechtsgeldigheid van de cessie van deze vorderingen aan de BV. Tevens stelt appellant dat de werkzaamheden gebrekkig waren, waardoor schade is ontstaan, en beroept zich op verrekening en opschorting van betaling.
De rechtbank had de vordering van de BV grotendeels toegewezen en de schadevorderingen van appellant afgewezen. In hoger beroep betoogt appellant onder meer dat de cessie niet rechtsgeldig was en dat hij betaling mocht opschorten vanwege onvoldoende specificatie van facturen en gebrekkig werk. Het hof oordeelt dat de cessie wel geldig is, ook al vond een deel van de cessie pas plaats na het instellen van de rechtsvordering. Het beroep op verrekening en opschorting is deels gegrond, waarbij het hof onderstreept dat verrekening ook tegen de BV kan worden ingeroepen.
Het hof wijst erop dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat de schade aan het pand een permanente waardevermindering betreft en dat hij niet vrij was om betaling volledig op te schorten. De zaak wordt aangehouden om aansluiting te vinden bij een lopende procedure over de schade, waarbij partijen nadere stukken moeten overleggen. Verder worden grieven over ontbinding en onrechtmatigheid van beslag afgewezen. Het arrest bevestigt dat de BV gerechtigd was tot het leggen van beslag gezien de substantiële vordering.
Uitkomst: Het hof verklaart een deel van de grieven gegrond, bevestigt de geldigheid van de cessie, wijst ontbinding en schadevergoeding grotendeels af, en houdt de zaak aan voor nadere bewijslevering.