ECLI:NL:GHSHE:2006:AY0305
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. van Beelen
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhang en tijdigheid van baatbelastingverordening exploitatiegebied A-B
Belanghebbende stelde dat de baatbelastingverordening onverbindend is omdat de voorzieningen van de eerste en tweede fase van het exploitatiegebied A-B niet als één samenhangend geheel kunnen worden beschouwd. Tevens voerde hij aan dat het bekostigingsbesluit onrechtmatig is omdat de voorzieningen van de eerste fase al voor 26 juli 1992 waren voltooid en dat de verordening te laat is vastgesteld.
Het hof oordeelde dat het enkel feit dat het gebied in fasen is ontwikkeld niet uitsluit dat sprake is van een samenhangend geheel. Uit onder meer de bestemmingsplannen en kaarten bleek dat de gemeente vanaf het begin oog had voor de ontwikkeling van het gehele gebied en dat voorzieningen zoals riolering en ontsluiting op het gehele gebied waren afgestemd. De voorzieningen vormen aldus een samenhangend project.
Verder stelde het hof vast dat het bekostigingsbesluit terecht is vastgesteld, omdat de voltooiing van het geheel van voorzieningen pas in 1995 was. De verordening was binnen de wettelijke termijn van twee jaar na voltooiing vastgesteld en de beoordeling van het baat hebben vond ook binnen de vereiste termijn plaats.
Ten slotte wees het hof het beroep van belanghebbende af en verklaarde het ongegrond. Er was geen reden voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de baatbelastingaanslag wordt ongegrond verklaard.