ECLI:NL:GHSHE:2006:AX5367
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-Van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Uitleg en betalingsverplichting optievergoeding in optieovereenkomst
Partijen zijn in geschil over de uitleg van een optieovereenkomst van 12 november 2001 en de betalingsverplichting van de optievergoeding over een bepaalde periode.
Het hof overweegt dat de tekst van de overeenkomst het standpunt van geïntimeerde ondersteunt dat appellante de optievergoeding van €3.403,35 moet betalen voor de periode 9 mei 2003 tot 8 november 2003. Appellante mocht bewijzen dat was afgesproken dat bij verval van de overeenkomst wegens niet-betaling zij niet langer de vergoeding hoefde te betalen, maar slaagde hier niet in.
De getuigenverklaringen, waaronder die van de directeur van appellante en de opsteller van de overeenkomst, werden beoordeeld. Het hof achtte de verklaring van de directeur als partijgetuige onvoldoende overtuigend zonder aanvullend bewijs. De advocaat herinnerde zich geen afspraak dat bij verval van de overeenkomst de vergoeding niet betaald hoefde te worden.
Het hof bevestigde dat de optievergoeding vooruitbetaald moet worden en dat een opzegging na opeisbaarheid geen invloed heeft op de hoogte van de vergoeding. Een reeds opengevallen vergoeding blijft verschuldigd. Het hof oordeelde dat deze afspraak niet in strijd is met redelijkheid en billijkheid.
Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd voor zover buitengerechtelijke kosten van €287,88 zijn toegewezen, maar voor het overige bekrachtigd. Appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellante is gehouden de volledige optievergoeding te betalen en wordt veroordeeld in de proceskosten; het vonnis wordt slechts vernietigd voor de toegewezen buitengerechtelijke kosten.