ECLI:NL:GHSHE:2006:AX0334
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- De Groot-van Dijken
- Huijbers-Koopman
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over ontruiming woning tussen bejaarde broers
In deze zaak stonden twee bejaarde broers tegenover elkaar. De appellant verbleef sinds 1998 in de woning van de geïntimeerde, nadat hij hem had gevraagd tijdelijk onderdak te bieden in afwachting van herhuisvesting. De voorzieningenrechter had de appellant veroordeeld om de woning binnen een maand te verlaten, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaring.
De appellant stelde in hoger beroep dat er sprake was van een huurovereenkomst en dat hij mantelzorg had verleend, daarnaast had hij betalingen gedaan aan zijn broer. Hij verzocht het hof om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat het hoger beroep was beslist.
Het hof oordeelde dat de appellant niet had aangetoond dat het vonnis op een juridische of feitelijke misslag berustte of dat er nieuwe feiten waren die een noodtoestand voor hem zouden veroorzaken bij onmiddellijke uitvoering. De enkele mogelijkheid van succes in hoger beroep of het ontstaan van een noodsituatie door leeftijd was onvoldoende.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing af, waardoor de appellant de woning moet verlaten indien de geïntimeerde het vonnis ten uitvoer legt. De hoofdzaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wees het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af, waardoor de appellant de woning moet verlaten.