ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4181
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervaltermijn en onrechtmatigheid bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn feitelijk uit elkaar gegaan op 24 september 1998, waarbij zij afspraken maakten over de verdeling van de gemeenschap. Deze afspraken zijn schriftelijk vastgelegd en ondertekend door de man. Het huwelijk werd formeel ontbonden op 30 november 1999.
De man vorderde primair betaling van een bedrag wegens herstel van geleden nadeel, subsidiair vernietiging van de afspraken wegens benadeling, en meer subsidiair stelde hij onrechtmatig handelen en bedrog door de vrouw. Het hof oordeelt dat de vervaltermijn van drie jaar voor het aanvechten van de verdeling begint te lopen op de datum van de afspraken (24 september 1998) en niet op de datum van ontbinding van het huwelijk. Dit betekent dat de vorderingen van de man bij dagvaarding in 2001 te laat zijn ingediend.
Verder stelt het hof vast dat de man bekend was met de cafés en de bijbehorende schulden die hij op zich nam, waardoor het beroep op onrechtmatigheid en bedrog faalt. De vrouw heeft recht op vergoeding van een deel van de gemeenschapschuld die zij heeft voldaan. De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen gewezen echtgenoten zijn.
Uitkomst: De vorderingen van de man worden afgewezen wegens het verstrijken van de vervaltermijn en het ontbreken van onrechtmatig handelen door de vrouw.