ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4158
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over goede trouw bij stil pandrecht op inventaris horecaonderneming
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de geïntimeerde, een professionele verhuurster van bedrijfsruimtes, te goeder trouw was ten aanzien van het bestaande oudere stille pandrecht van appellante op de inventaris van een horecaonderneming.
Appellante had een stil pandrecht gevestigd op de inventaris van een vennootschap onder firma (vof), die later werd ontbonden. De exploitatie van de pizzeria werd overgenomen door een persoon die niet bevoegd was om de inventaris over te dragen aan geïntimeerde. De kernvraag was of geïntimeerde als bezitter te goeder trouw was en daardoor eigenaar werd, ondanks het oudere pandrecht.
Het hof oordeelde dat geïntimeerde niet te goeder trouw was, omdat zij als professionele verhuurster bekend moest zijn met de praktijk van brouwerijfinancieringen en het gebruik van stille pandrechten op inventaris. Bovendien had zij bij het accepteren van de inventaris ter voldoening van huurachterstand nader onderzoek moeten doen, zeker gezien de aanwezigheid van reclame van appellante in de pizzeria.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de primaire vordering van appellante toe. Geïntimeerde werd veroordeeld om medewerking te verlenen aan het uitwinnen van het stille pandrecht en kreeg een dwangsom opgelegd bij niet-naleving. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat geïntimeerde niet te goeder trouw was en veroordeelt haar tot medewerking aan de uitwinning van het stille pandrecht van appellante met oplegging van een dwangsom.