ECLI:NL:GHSHE:2006:AV5182
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Klerk-Leenen
- Van Erp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep aansprakelijkheid wegens niet tijdig instellen bestuursrechtelijk beroep
In deze zaak gaat het om een bestuursrechtelijke beroepsprocedure waarbij geïntimeerde namens Dat Groep niet tijdig beroep instelde tegen de ongegrondverklaring van een bezwaarschrift tegen een premievaststelling door Gedeputeerde Staten van Overijssel. De rechtbank verklaarde Dat Groep niet ontvankelijk. Vervolgens stelde Dat Groep geïntimeerde aansprakelijk voor de daardoor geleden schade.
Geïntimeerde erkende de beroepsfout maar betwistte dat Dat Groep schade had geleden, stellende dat de bestuursrechter het beroep bij tijdige indiening toch zou hebben verworpen. Het hof toetste dit aan de hand van de Arbeidsplaatsen-premieregeling Twente 1998 (APR) en de feiten over het aantal gerealiseerde arbeidsplaatsen.
Het hof oordeelde dat het beroep van Dat Groep bij ontvankelijkheid door de rechtbank Zwolle verworpen zou zijn, omdat het aantal arbeidsplaatsen onvoldoende was aangetoond volgens de regeling. De premievaststelling was terecht op basis van minimaal gegarandeerde uren bij min/max contracten. Het hof verwierp de grieven van Dat Groep en bekrachtigde het vonnis, waarbij Dat Groep werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Dat Groep niet-ontvankelijk werd verklaard en wijst de aansprakelijkheid van geïntimeerde af wegens het ontbreken van schade.