ECLI:NL:GHSHE:2006:AV5175
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijkheid Nederlands recht op bruidsgave bij internationaal huwelijk
Partijen zijn in 1997 naar Marokkaans recht gehuwd en hadden zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit. Na hun huwelijk vestigden zij zich in Nederland. In 2000 sprak de rechtbank Maastricht hun echtscheiding uit volgens Nederlands recht en veroordeelde partijen tot deling van de huwelijksgoederengemeenschap. De vrouw vorderde betaling van een bruidsgave van 5000 gulden, primair op grond van debiteursverzuim en subsidiair onrechtmatig handelen.
De man betwistte de vordering en stelde dat de bruidsgave onder Marokkaans recht een morele verplichting is en niet afdwingbaar, en dat Nederlands recht van toepassing is op hun huwelijksvermogensregime. De kantonrechter wees de vordering toe, stellende dat partijen Nederlands recht hadden gekozen en dat de verbintenis onder Boek 6 BW valt.
Het hof constateert dat partijen geen rechtskeuze voor een huwelijksvermogensregime hebben gemaakt en dat op grond van het Haags Huwelijksvermogensverdrag en Nederlands internationaal privaatrecht Nederlands recht van toepassing is. Het hof oordeelt dat het Marokkaanse recht geen grondslag kan bieden om de bruidsgave buiten de gemeenschap van goederen te houden. Ook het subsidiaire beroep van de vrouw op onrechtmatige daad faalt. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van de vrouw af. De proceskosten worden tussen partijen verdeeld.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de vrouw tot betaling van de bruidsgave af en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.