ECLI:NL:GHSHE:2005:AU8038
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- De Kok
- Marres
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding na verkeersongeval met vrachtwagens op Autoroute A31
Op 26 april 1998 vond een ernstig verkeersongeval plaats op de Autoroute A31 waarbij een geparkeerde vrachtwagen van Maes werd aangereden door een vrachtwagen van [appellante sub 2]. Beide voertuigen en hun ladingen gingen volledig verloren door brand. De verzekeraar Aegon had de schade aan [geïntimeerde sub 2] en Vako vergoed en was gesubrogeerd in hun rechten jegens derden.
De rechtbank had [appellante sub 2] en TVM veroordeeld tot betaling van de schade en Maes tot een deelbetaling, waarbij Maes zich op overmacht had beroepen. In hoger beroep werden verschillende grieven ingediend, onder meer over de toedracht, het causale verband, de toepasselijkheid van Frans recht en de vergoeding van expertisekosten.
Het hof oordeelde dat de vrachtwagen van Maes volledig op de vluchtstrook stond en dat de chauffeur van [appellante sub 2] onrechtmatig handelde door de grens met de vluchtstrook te overschrijden en tegen de wagen van Maes aan te rijden. De brand in de wagen van Maes werd veroorzaakt door brandende dieselolie uit de wagen van [appellante sub 2]. Het beroep op overmacht door Maes werd verworpen omdat de chauffeur niet de veiligst mogelijke stopplaats had gekozen.
De grieven over de expertisekosten en wettelijke rente werden deels verworpen en deels toegewezen, waarbij de CMR-rente vanaf 2 december 1996 werd toegewezen. De klacht over de toepassing van de Loi Badinter faalde voor de hoofdzaak, maar de beoordeling van de vrijwaringsvordering werd aangehouden voor nadere advisering over Frans recht en het Verdrag verkeersongevallen.
De zaak wordt op 6 december 2005 opnieuw opgeroepen voor nadere behandeling, waarbij partijen gelegenheid krijgen zich uit te laten over de toepasselijkheid van het internationale recht.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkheid van [appellante sub 2], wijst schadevergoeding toe en houdt de uitspraak deels aan voor nadere beoordeling van toepasselijk recht.