ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9583
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Drijkoningen
- Adriaansens
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst benzinestation met wederzijds goedvinden bevestigd
De zaak betreft een hoger beroep over de beëindiging van een huurovereenkomst van een benzinestation tussen [appellante] en BP Nederland B.V. [appellante] had sinds 1997 het station gehuurd en geëxploiteerd, maar staakte de exploitatie in maart 2001 na leveringsweigering door BP wegens betalingsachterstanden.
[appellante] stelde dat sprake was van een tijdelijke sluiting, terwijl BP betoogde dat de overeenkomst met wederzijds goedvinden was beëindigd. Het hof oordeelde dat BP voldoende bewijs had geleverd dat de overeenkomst op of omstreeks 30 maart 2001 definitief was geëindigd met wederzijds goedvinden. Dit bleek onder meer uit het leeghalen van de winkel en tanks, het aanbieden van de sleutels aan BP en het niet nakomen van betalingsverplichtingen.
Het hof verwierp het beroep van [appellante] op wilsgebrek, opschorting en onduidelijkheid over de beëindiging. Ook het bewijsaanbod van [appellante] werd afgewezen wegens onvoldoende relevantie. De subsidiaire vorderingen van BP tot buitengerechtelijke ontbinding en ontbinding wegens toerekenbare tekortkomingen werden niet toegewezen omdat de primaire vordering reeds slaagde.
Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en [appellante] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst is per 30 maart 2001 met wederzijds goedvinden beëindigd en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.