ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9580
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Beoordeling provisionele vorderingen in hoger beroep over verdeling huwelijkse gemeenschap en bankgarantie
Partijen zijn in 1975 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 1999 gescheiden. De financiële afwikkeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap is onderwerp van geschil, waarbij de man is veroordeeld tot betaling aan de vrouw van een geldsom en de waarde van een levensverzekering.
De man vordert in hoger beroep onder meer een bankgarantie van €87.648,94, stellende dat hij kans maakt op terugbetaling en niet de afloop van het hoger beroep kan afwachten. Het hof kwalificeert deze vordering als incidenteel en overweegt dat de man geen juridische of feitelijke misslag aanvoert en geen noodtoestand stelt.
De vrees van de man dat de vrouw na het eindarrest niet zal betalen, wordt onvoldoende onderbouwd geacht. Het belang van de vrouw bij tenuitvoerlegging van het vonnis weegt zwaarder dan de subjectieve vrees van de man. De provisionele eis van de vrouw tot afgifte van roerende zaken wordt toegewezen, voor zover de man zich bereid heeft verklaard deze af te geven en de verdeling niet is bestreden.
Het hof wijst de vordering van de man af, veroordeelt hem tot afgifte van de roerende zaken aan de vrouw, wijst het meer gevorderde af en compenseert de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De vordering van de man tot afgifte van een bankgarantie wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld tot afgifte van roerende zaken aan de vrouw, met compensatie van proceskosten.